Duidelijkheid over de reikwijdte uitzendovereenkomst

08/11/16:

De allocatiefunctie is geen noodzakelijke voorwaarde om te spreken van een uitzendovereenkomst. Of, zoals de Hoge Raad op 4 november berichtte: ‘Geen allocatiefunctie besloten in wettelijke definitie uitzendovereenkomst.’ Ook als het gaat om de toepassing van de zogenaamde uitzendfaciliteiten (die zijn vastgelegd in art 7:691 BW) is allocatie geen noodzakelijke voorwaarde. De uitspraak is goed nieuws voor de uitzendbranche. ABU-directeur Koops: ‘Eindelijk hebben we de duidelijkheid die we al zo lang wilden hebben. Deze duidelijkheid volgt de lijn die de ABU steeds heeft gehad’.

Voor uitzendondernemingen en payrollingbedrijven verandert er dus niets in de huidige manier van werken. Payrollondernemingen houden toegang tot de uitzendfaciliteiten zoals vastgelegd in artikel 7:691 BW mits zij zich houden aan de regels van de uitzendovereenkomst (artikel 7:690 BW).

De HR deed de uitspraak in de zaak StiPP/Care4Care. In deze zaak staat de vraag centraal of Care4Care aangemerkt kan worden als uitzendonderneming volgens de definitie van de StiPP-pensioenregeling en verplicht pensioenafdrachten voor zijn werknemers moet doen aan StiPP.

Bron: www.abu.nl 

Neem contact op voor meer informatie